Gran Fondo Eddy Merckx

June 20th, 2010

Met een onzeker gevoel reis ik vrijdag af richting Huy, voor de Gran Fondo Eddy Merckx. Vorige week in de Trois Ballons reed ik niet goed, later in de week begon ik mij wat beter te voelen. Het kan alle kanten op.

Mooi op tijd sta ik in het bevoorrechte startvak, bij de eerste 100 starters. Dat maakt het eerste deel van de koers wat minder hectisch. Nu helemaal, direct na de startboog gaat het rechtsaf de Long Thier op, een klim van 1400m aan 8%. Dat zorgt voor een goede selectie.

Het veld valt uit elkaar, ik weet me bij in de voorste groep te handhaven. De volgende klim, 11 kilometer verder, lukt dat ook nog. Dan volgt een verschrikkelijke afdaling. Glad van de regen, vol met gaten in het asfalt. Voor mij gaan twee renners onderuit en de motor die hen probeert te ontwijken glijdt ook weg. Het peloton breekt en we blijven met een groepje van een man of 20 over. Voor ons zie ik de rest van verbrokkelde peloton wegrijden.

De volgende hellingen heb ik wat moeite om een goed tempo te vinden, tot ik op de Cote de Chambralles echt moet lossen. Op de top kom ik twee renners tegen, waarvan een mij aanspoort mee te rijden om het groepje voor ons weer bij te halen. Een van de renners draait niet goed mee, maar ook met twee man rijden we het gat dicht.

De samenwerking in de groep is niet al te best, maar het rijdt beter dan alleen. Ik zie dat de mannen om mij heen het steeds moeilijker krijgen, terwijl ik mij met de minuut beter voel. Als we in de volgende bergzone aankomen en ik na op kop de klim heb genomen achterom kijk ben ik alleen over.

Even twijfel, zal ik wachten? Nee, ik voel mij nu zo sterk dat ik doorrij. 10 kilometer verder kom ik het volgende groepje tegen en het verhaal herhaalt zich. Ondertussen rij ik op het deel van het parcours waar ook de korte afstand rijdt. Dat geeft extra motivatie, het inhalen van al die renners.

Af en toe haakt er iemand bij mij aan, maar van kop over kop rijden komt het niet. Pas in de laatste kilometers sluit er een renner aan, maar dan is dat niet meer nodig. De Muur van Huy doemt al op, de laatste beklimming.

Vliegend op het idee van een goede uitslag rij ik de muur op. Haal links en rechts fietsers in en vind de klim wel meevallen. Haal nog een andere Gaul! renner in en zet bovenop nog aan voor een sprintje.

Volgens de Garmin de 5.45u gereden, 30,5km/u over 175km. Uitslag volgt later, maar heb in ieder geval goud* gehaald.

*) In cyclo’s wordt vaak, naast een algemeen klassement, ook een wat algemener overzicht gemaakt. Al naar gelang je eindtijd en leeftijd val je in de goud, zilver of brons categorie. Niet dat dit veel zegt: bij de 3 Ballons lag de grens voor goud in mijn leeftijdscategorie 3 uur na de winnende tijd, in de GFEM op iets meer dan een half uurtje.

Trois Ballons

June 14th, 2010

Zaterdag is de echte race, een cyclosportive van 205km, met 4300 hoogtemeters. Daar valt het criterium bij in het niets.

Bang voor hectische taferelen sta ik om 7 uur gespannen aan de start. Het 3000 renners grote peloton zet er na de start om 7.25u goed de vaart in. Ik weet goed vooraan te komen waar het met alle drukte erg meevalt.

Vrijdag heb ik al kennis gemaakt met de Ballon de Servance, de eerste klim. De steile stukken vielen toen erg zwaar. Nu klim ik makkelijker. Het meeste profijt van de verkenning heb ik in de afdaling, daar kan ik tientallen renners inhalen. Ik kom in een groepje terecht dat lekker doorrijdt naar de volgende beklimming.

In de volgende stijgende meters voel ik dat mijn benen toch niet zo goed zijn als gehoopt. Ik heb moeite het tempo te volgen. Op de volgende col moet ik lossen uit het groepje, zak naar de volgende groep en moet ook daar lossen. Borden aan de kant van de weg geven aan dat ik nog 2 kilometer moet. Nog even doorbijten.

Op de top schakel ik een zwaar verzet. Na een kilometer gaat het parcours naar rechts, een smalle, steile weg op. Ik geef gas, dat zal een klein stukje klimmen in de afdaling zijn.

Ik trap door, de weg blijft stijgen. Pijn in mijn benen. De berg wint, ik schakel terug. Mijn tempo daalt, wordt ingehaald. En de weg blijft omhoog lopen. Later zal ik zien dat dit de “Route des Americans” is, een echte beklimming, net zo lang als de klim naar de vorige col. Als de weg eindelijk uitvlakt ben Ik in een grote groep uitgekomen waarmee we naar de top van de Grand Ballon rijden.

Een chaotische bevoorrading en snelle afdaling later haal ik wat renners in, om onderaan de berg weer in dezelfde groep voor een rood stoplicht te staan.

De volgende bergen, de Hundsdruck en de Ballon de Alsace overleef ik, maar word overal ingehaald. Het beste is er nu echt vanaf. De doelstelling van 7.30u heb ik ondertussen bijgesteld. 8u zou mooi zijn.

Na de Ballon de Alsace komt een heuvelachtig stukje. Ik was gewaarschuwd, weet wat me te wachten sta en overleef dit pittige deel van het parcours goed. Dan begint het vals plat naar de voet van de laatste klim. Ook die heb ik verkend, 5 kilometer met 10% of meer.

Hoe ik bovenkom weet ik niet meer, maar ik heb nog nooit zo afgezien op een klim. Voor mijn gevoel mijn slechtste cyclo in jaren.

Twee dagen later staat de uitslag online, ik ben op plaats 397 geëindigd, in 8 uur en 5 minuten. Eigenlijk helemaal niet zo slecht. En dat laat nog zat verbetering over voor volgende jaar!

Ronde des 2 heures

June 14th, 2010

Zeven uur in de auto zitten om je drie dagen kapot te fietsen, je moet er maar op komen.

Donderdag ochtend vroeg gaat de wekker, op naar Stephan, daarna Lennard oppikken en dan naar de Vogezen. Als we om een uur arriveren bij het onderkomen is het nog rustig, de meeste renners van onze Gaul! ploeg zijn nog onderweg.

Voor de strijdlustigen zijn rondom de cyclo van zaterdag nog twee wedstrijden. Een criterium op donderdag en zondag een korte rit in lijn met aankomst bergop. Lennard en ik rijden het criterium in Champagny.

Als we een uur voor de start van zes uur aankomen is bij de inschrijving stil. Kom rond kwart voor zes maar terug.

Om zes uur staat er een gemengd gezelschap aan de inschrijftafels. Wedstrijdrenners maar ook een verdwaalde toerfietser. Na een chaotische inschrijving staan we om half 7 aan de start, met 25 man.

Het startsignaal wordt gegeven en ons kleine peloton trekt op gang. We hebben de ronde niet kunnen verkennen, ik rij naar de kop om niet verast te worden door wat de weg gaat brengen.

Ergens had ik opgevangen dat dit een vlakke koers zou zijn. Maar na twee kilometer stijgt de weg en wordt het een echte klim. Niet al te lang, niet al te hoog, maar pijnlijk genoeg. Langzaam zak ik door het peloton dat al goed uitgedund is.

Op de top is er een kopgroep van 6 man over, ik rij samen met een Belg op 20 meter acherstand. Mijn plan om dit dicht te rijden in de afdaling lukt niet. Twee rondes lopen we achter de feiten aan terwijl de kopgroep meter voor meter verder wegrijdt.

Als na ronde twee de koplopers niet meer in zicht zijn laten we het tempo wat zakken. Er sluit nog een renner aan, gedrieën rijden we de komende rondes uit.

De tweede groep, in een criterium op een parcours dat mij niet ligt: ik ben tevreden.

Maar niet voor lang. In de afdaling krijg ik een lekke voorband. Met moeite hou ik mij overeind. Als ik stil sta zie ik dat ik ook een lekke achterband heb.

2km lopen naar de finish en 500m terug lopen naar de auto voor twee nieuwe wielen zit ik weer op de fiets. Een ronde later word ik ingehaald door de kopgroep. Ik voorzie Lennard van wat te eten en kan dan tot mijn verbazing makkelijk aansluiten, zelfs in de klim.

De koplopers sparen hun krachten, bijna iedereen verwacht dat dit de een na laatste ronde is. De volgende klim zal het losbarsten.

Vlak voor de finish sprint er een Fransman weg, komt over de streep, de wagen van de koersdirecteur parkeert aan de kant van de weg.

Dit was de laatste ronde…. De “Ronde de la 2 heures” duurt helemaal geen 2 uur, maar 12 rondes. En zelfs daar is niet iedereen het over eens, de meesten denken dat er maar 11 zijn gereden.

Lennard finisht als zesde, ik kom niet in de uitslag voor. Lekker de benen kunnen strekken na een lange autorit, het was het waard.

Statenkwartier

June 6th, 2010

Vrijdagavond, 19.45u, Ronde van het Statenkwartier. Een thuiswedstrijd in Den Haag. Bij het ophalen van mijn startnummer kom ik al wat bekenden tegen, mijn fietsenmaker en twee Gaul! rijders die ik al in eerdere koersen heb gezien.

Dit is een gecombineerde wedstrijd, A en B amateurs starten samen. Dat beloofd een harde koers te worden. Er gaan verhalen dat het erg snel zal gaan gaan vandaag. De schrik zit er dan ook in bij de B’s die ik spreek. Ook ik ben gespannen, meer dan de andere wedstrijden van afgelopen weken.

Zodra ik aan de startlijn sta is de spanning weg. Als de 112 renners in beweging komen vertrek ik met het doel om uit te rijden.

Het tempo zit er goed in. Snelle, ruime bochten, de rest van de koers zal de snelheid niet onder de 40km/u komen. Ik hang wat achteraan, rij af en toe tot de helft de groep in, maar zak net zo snel weer terug.

Achterin het peloton rijden kamikazepiloten rond. Regelmatig schiet een renner net voor de bocht binnendoor, om vol remmend in te moeten voegen. Als reactie knijp ik in mijn remmen als zo’n coureur voor mij opduikt. Dat kan de renner achter mij niet waarderen. Een scheldpartij is mijn deel. Stukken beter als de flinke valpartij uit het begin van de koers.

Het rondebord probeer ik niet te zien. 45 rondes, dat zijn er veel. Dat lukt aardig, tot 10 rondes voor het einde. Lennard heeft zich af laten zakken en vraagt of ik een reservewiel voor hem heb. Ik heb niets aan de kant staan. Even flitst de gedachte door mijn hoofd om mijn wiel af te staan. Maar ik zit nog in de koers en ga mijn doelstelling halen: uitrijden.

Maar is dat wel echt zo? Bij de volgende passage kijk ik voor het eerst op het rondebord. Nog tien te gaan. Accuut schiet de vermoeidheid in mijn lijf.

Doorrijden, als ik nu afstap had ik Lennard mijn wiel kunnen geven. Ik probeer nog wat naar voren te komen, maar het peloton is losgeslagen door de hoge premies. Mijn teller komt niet meer onder de 50 uit.

Nu niet teveel fouten maken door de vermoeidheid. Iedere verkeerde lijn of teveel afremmen kost extra kracht op weer op gang te komen. Drie rondes verder ben ik door de vermoeidheid heen en rij ik weer mee. De laatste rondes gaan snel en hectisch. Aanhaken en overleven in de achterhoede.

Ik rij de koers uit. Weer geen uitslag gereden maar wel doelstelling gehaald. 50km met 44,5km/u gemiddeld, mijn snelste wedstrijd ooit. Alweer tevreden.

Volhouden

June 5th, 2010

Woensdag Ronde van Bergpolder, er wordt al vroeg gestart, 18.00u. Direct vanuit werk cross ik door de stad naar het parcours, onderweg nog twee zoekende renners oppikkend. We rijden het parcours op en we zien meteen op de ronde loopt: op en neer over de Bergselaan, met twee keer een 180 graden bocht.

Zulke scherpe bochten geven voor mij het voordeel dat iedereen in de remmen moet. Dan hoef ik mij over de snelheid geen zorgen te maken, alleen over het volgen van de juiste lijn. Het eerste deel van de koers gaat dat wat houterig maar na een tijdje kom ik er in.

Ik bungel achteraan het peloton, maar kan makkelijk meekomen. Zo makkelijk dat ik erg goed de aanmoedigingen vanaf de kant kan horen. Ook die van Stephan, die na half koers komt aanrijden. In de bocht schreeuwt hij “Volhouden Ronald!”. Een betere aanmoediging had hij niet kunnen roepen.

In een koers ben ik aan het overleven en lijkt het of mijn lichaam te druk bezig is met vitale functies om nog aandacht aan mijn denkvermogen te geven. Relativeren zit er al helemaal niet in.

De aanmoediging van Stephan komt dan ook goed aan. Wat nou volhouden? Ik rij hier met gemak achterin rond. Het is helemaal geen kwestie van volhouden! Als door een wesp gestoken begin ik door het peloton naar voren te rijden. Volhouden? Ik zal hem laten zien dat ik op kop kan rijden.

Door een peloton naar voren rijden is een kunst op zich, een kunst die ik net als alle andere kunstjes van het koersen nog niet helemaal onder de knie heb. Het duurt dan ook een paar rondes, maar uiteindelijk kom ik op de kop van het peloton. Voor mij zie ik twee mannen rijden.

Dichtrijden van het gat zal erg veel energie kosten en heeft weinig nut, waarschijnlijk neem ik het hele peloton mee in mijn wiel. Toch zet ik aan, ik wil laten zien dat ik kan rijden. Tot ik in de volgende bocht kan zien wie er voorop rijden. Een daarvan is Paul, van onze fietsclub.

Ik hou mijn benen stil, achter een fietsmaat ga je niet aanrijden. Paul maakt hier gebruik van en eindigt op een erg nette vierde plaats. Ik hoop op rij tien weer in het peloton aan te kunnen sluiten, maar raak opgesloten in het gedrang voor de bochten en zak verder terug dan mij lief is. In een halve ronde van de kop naar de staart. Maar ik heb laten zien dat ik kan fietsen!

Op de finishlijn sprint ik nog mee, maar kom niet in de uitslag (de eerste twintig) terecht. Toch ben ik blij met deze koers, uitgereden en nergens bang hoeven te zijn om gelost te worden. Ik ga het nog wel leren, koersen rijden.

Katendrecht

May 28th, 2010

Ronde van Katendrecht. Gespannen sta ik tussen 60 andere mannen aan de start. De gebruikelijke spanning voor een koers maar ook de angst om weer af te gaan als in De Uithof.

In de Ronde van de Uithof, 6 dagen geleden, ging het snoeihard. Op een technisch parcours met veel draaien en keren. Ik ben slecht in die bochten en moest na iedere ronde een gat met mijn voorganger dichtrijden. Dat kostte teveel kracht en halverwege koers stapte ik af.

De omloop in Katendrecht is vlak, met brede asfaltwegen en een paar scherpe bochten. Dat moet beter gaan. Toch ben ik niet de beste in bochtentechniek en dat is te merken. De mannen om mij heen gaan soepeler over het parcours. Gelukkig remt het grote peloton voor de bochten. Mijn houterigheid valt zo niet op.

Ik probeer mee te rijden in een ontsnapping van 4 man. Voorin gaan de bochten wel goed en duik ik met 40 kilometer per uur of meer een scherpe bocht in, zonder te remmen. Na een halve ronde zien we dat wegrijden moeilijk is en laten we ons terugzakken in het peloton. Wel zo lekker, zonder al teveel inspanning tussen de wielen rijden. Ook waag ik mijn kans in een premiesprintje. Net buiten de premies, maar goed om te merken dat ik dat wel kan.

Halverwege koers, richting de finish, raak ik opgesloten tussen het peloton en de hekken. De man naast mij hangt wat naar links en ik zie de stalen afrastering akelig dichtbij komen. Ik duw terug, krijg een verwensing naar mijn hoofd maar krijg wel meer ruimte. Dat zal een piek in mijn toch al hoge hartslag opleveren als ik deze later uitlees op mijn computer.

Een paar rondes voor het einde is het aan de andere kant van het parcours echt raak. Uit mijn ooghoek zie ik een renner tegen de hekken gaan om daarna door de lucht te vliegen. Dat ziet er niet goed uit. De tweede valpartij deze wedstrijd.

De laatste rondes rijdt er nog een groepje weg om te strijden voor de overwinning. Ik zit er niet bij en in het peloton kom over de finish. Uitgereden zonder al teveel moeite. Na de eerste 20 gefinisht, dus niet in de uitslag, maar wel uitgereden. Een lekker gevoel!

Update: toch nog in de uitslag, 29ste.

DNF

May 22nd, 2010

DNF. Did Not Finish. Teleurstellende uitslag bij HSK Trais in de Ronde van de Uithof. Bij het inrijden ziet Lennard het al goed, dit is een achtbaan. Op en neer, maar vooral veel draaien. En dat is niet mijn sterkste punt.

In de start ben ik goed weg en in de eerste rondes weet ik mij te handhaven tussen de wielen van het peloton A en B amateurs. Maar bij iedere bocht valt er een gaatje van een meter tussen mij en het achtwiel van mijn voorganger. Na iedere bocht is het aanzetten om dit dicht te rijden. Dat kost teveel kracht en langzaam zak ik door het peloton naar achteren.

De mannen achterin hebben het ook niet makkelijk, twee keer laten renners voor mij een gat vallen. Ook dat moet dichtgereden worden. Samen met de inspanning na de bochten wordt het mij teveel en ik los uit het peloton.

De nutteloosheid van de onderneming is mij direct duidelijk. Achter mij rijdt nog een klein groepje renners, maar zelfs samen is de kans het peloton bij te halen minimaal. Ik ga mij niet kapot rijden om verder in de westrijd gedubbeld te worden en later uit koers te worden gehaald.

Ik stap af. Een pijnlijk moment. Twijfel, moet ik toch niet doorrijden? Nee, rationeel handelen, afstappen. Na het afmelden bij de jury wagen wordt ik pas echt boos op mijzelf, ik had er een leuke trainingsronde van kunnen maken.

Later, op het terras in de zon, zie ik wel in dat ik het beste heb gedaan. Maar het blijft knagen…

Steven Rooks Classic

May 14th, 2010

Het cycloseizoen is nu echt gestart. Na de Fiets Challenge vandaag de Steven Rooks Classic.

We overnachten in Maastricht, om fris aan de start te staan. Na de verplichte stop bij Salden en de pastamaaltijd in het centrum arriveren we bij het goedkope hotel aan het vliegveld. Met uitzicht op de landingsbaan, 40 meter van het raam. Wat anders dan een pittoresk Spaans dorpje. Gelukkig stopt het vliegverkeer om 22.00u.

Een cyclo betekent, zelfs bij overnachten in de buurt van de startlocatie, bijna per definitie vroeg opstaan. De wekker gaat om 10 over 6. Ontbijt en rit naar Maastricht gaan snel en half 8 sta ik aan de start, op rij twee. Het is erg koud voor de tijd van het jaar, de thermometer geeft 5 graden aan. 8 uur worden we weggeschoten.

De eerste klimmen gaan in goed tempo en zo rijden we met een peloton van 50 man België in. De Belgische overheden willen geen wedstrijd op hun grondgebied, dus staan de verkeersregelaars alleen om aan te geven of er verkeer aan komt. Bij de eerste kruising staan we al stil.

Op de tweede klim in België trekt Laurens ten Dam, de profrenner in onze groep, goed door aan kop. Het peloton kraakt, ik zak wat naar achteren en moet met 5 man een gaatje laten vallen. Direct na de klim komen we een kruispunt tegen, de kopgroep heeft groen maar wij staan voor een rood licht. Einde wedstrijd, denk ik.

De samenwerking in ons kleine groepje is goed, na vijf kilometer zien we de kopgroep weer. Als deze ook opgehouden wordt door een verkeerslicht trek ik een sprint en met nog een man vinden we net na groen licht de aansluiting. Terug in de kopgroep, die al goed uitdunt.

Vooraf heb ik mij drie doelstellingen gesteld: een gemiddelde boven de 30km/u, een plaats bij de eerste 50 en de kopgroep volgen tot aan Redoute.

Ik ken het parcours en weet dat de derde doelstelling in zicht komt. Nog een klim en een lange afdaling en we staan aan de voet van de Redoute. Laurens rijdt weer op kop en de hele kopgroep wordt op een lint getrokken. Ik hou het wiel. In de afdaling probeer ik met wat mannen weg te rijden maar de samenwerking is slecht. Jammer, want zonder een voorsprong op Redoute kan ik de aansluiting met de kopgroep wel vaarwel zeggen.

Dat gebeurd ook, al aan de voet van de klim. Ik heb een te zwaar verzet voor het 22% stijgingspercentage en zie de kopgroep verdwijnen. Op de top ben ik alleen over. De komende 25 kilometer volgen steile klimmen elkaar op en daartussen raap ik wat renners op. We vormen een groepje van 5 man. Mijn benen zijn niet goed, op steile hellingen moet ik lossen. Ik kom nog een paar keer terug, maar in de aanloop naar de laatste klim is het over.

Niemand meer in mijn buurt, een uitgestorven parcours en nog 35km te gaan. De moed zinkt mij in de schoenen. Dat lost niets op, die kilometers moeten overbrugd worden, het liefst zo snel mogelijk. Vastbesloten me niet te laten inhalen pak ik het stuur in de beugel en begin een tijdrit. Alle spieren doen pijn, slijm staat om mijn mond. Het groepje voor mij blijft uit zicht maar ik word ook niet ingelopen, solo naar Maastricht.

In de laatste kilometers kom ik nog wat toerders van de korte afstand tegen, die maar vreemd opkijken van de renner die hen wil inhalen. Het maakt me niets uit, iedere seconde telt.

Getekend kom ik over de finish. Gemiddelde is 31km/u, weer een doelstelling gehaald. Toch ben ik niet tevreden, twee keer moeten lossen en te diep moeten gaan.

De tevredenheid komt ‘s avonds pas, thuis. De Steven Rooks Classic mag geen wedstrijd meer heten en publiceert daarom geen klassement op de site, maar wel alfabetisch gesorteerd de tijden van alle deelnemers. Wat simpel plak en knip werk in excel levert een klassement op, waar ik tot mijn eigen verbazing op de 18de plek sta.

Drie uit drie doelstelling gehaald, met ruime marge. En erg blij met de onverwachte 18de plaats.

Op naar de volgende cyclo!

Fietschallenge

May 3rd, 2010

Zondag 2 mei 2010, de dag van de Shimano Fietschallenge. Weervoorspelling is slecht. 99% kans op regen in grote hoeveelheden. Stephan en Paul zien de bui al hangen en haken af voor we naar Limburg vertrekken. Samen met Lennard vertrek ik naar het Zuiden.

Zaterdag is het nog goed weer en verkennen we het parcours. Er is een mooi rondje uitgezet van 22,5km met 5 beklimmingen. Sommige liggen me wel, andere moet ik goed doorbijten. Toch heb ik er vertrouwen in, het doel is een top 50 plaats.

Zondagochtend 10 voor 6 gaat de wekker. Krappe planning met de start om 7 uur. De eerste race van de dag wordt al gelopen en 10 voor 7 staan we aan de start, met zo’n 150 man voor ons. Dat wordt inhalen in de eerste klim. Gelukkig is het nog droog.

De speaker roept de laatste info om, de eerste drie rondes worden geneutraliseerd. Met 300 man achter motoren en een auto aan. Een kreun gaat door het peloton. Neutraliseren klinkt mooi, geen koers, maar juist dan wordt er zenuwachtig gereden. Veel mannen op een smalle weg, waar niemand uit weg kan, dat is vragen om ongelukken.

Na de start wordt er meteen geklommen naar het hoogte punt van Nederland. Lekker wakker worden zonder koffie. Als we boven komen hebben flink wat renners moeten lossen. De groep dunt goed uit, zo is een neutralisatie niet erg.

Ik volg goed tussen de wielen. Ondertussen begint het wat te druppelen en raakt de weg nat.

Na een paar ronden gaat het tempo omhoog en begin ik te kraken. Mijn klimkwaliteiten zijn afgelopen maanden erg verbeterd, maar dit gaat mij te snel. In een afdaling hoop de ik weer de aansluiting met het peloton te maken, maar voor mij zie ik niets anders dan lege weg. Gelost.

Achter mij rijden wat renners en ik besluit te wachten. Samen staan we sterker. De groep wordt steeds groter en met rond de 20 renners gaan we de laatste ronde in. Dat is teveel, weet ook de renner naast mij, en hij geeft gas. Ik spring mee, achter me hoor ik kettingen over tandwielen klateren en we zijn weg, met 10 man over.

De volgende klim brengt weinig verandering, behalve in het weer. Het regent nu echt goed door. Ik merk er niets van. Op weg naar het Vijlerbos dunt de groep verder uit en blijven we met 6 man over. Een paar keer probeer ik weg te rijden, maar tevergeefs, ik krijg de mannen er niet meer vanaf.

De laatste klim komt er aan, voor het laatst naar het Drielandenpunt. Een van de zes springt weg. Ik laat hem 15 meter rijden en zet dan vol aan. Een, twee, drie zware trappen en zit in zijn wiel, vier, vijf trappen en ik ben hem voorbij. Ik kijk op, een renner in het zwart zit bijna in mijn wiel. Tandje erbij, trappen, trappen tot ik niet meer kan. Geen tijd voor omkijken rij ik naar de vlakke top. Een sprint met twee, dat kan ik wel aan.

De helling vlakt uit, ik schakel naar het grote blad en hoor niets achter me. Ik kijk om en zie niemand. De hele groep eraf gereden in de klim. Bang op een onverwachte terugkomst pak ik het stuur in de beugel en sprint ik naar de finish. 13 seconden voor de renner in het zwart kom ik over de streep.

Plts   StartNr   Naam   Ronden   Tijd   SnelhGem  
60   225   Ronald van Herp   6   04:48:00   29,63  

Plaats 60. Niet volgens de doelstelling, maar erg voldaan. Goed gekoerst en vooral de laatste ronde erg sterk gereden. Niets vergeleken met Lennard die op plaats 18 eindigt, maar voor mijn doen een erg goede koers gereden.

Ondertussen schijnt de zon op het plein bij de start, waar ik eindelijk mijn eerste kop koffie van de dag drink en wat opwarm na een natte koude laatste afdaling na de finish. Heerlijk voldaan.

Klassestrijd

March 27th, 2010

Vandaag staat de Ronde van Rijswijk op het programma. Gesponsord door BikeZone, mijn fietsenmaker. Deze wedstrijd kan ik niet overslaan.

Het amateurwielrennen is in klasse’s onderverdeeld. Elite, Amateur-A, B en C. Bij het regioveldrijden ben ik op leeftijd in de hoogste A categorie ingedeeld, de keuze bij het wegrennen is vrij. Ik heb gekozen voor amateur-B.

Normaal rijden we bij de B onze eigen koersen, maar niet vandaag. Er start een groot peloton van 120 man, met A, B en C renners. Ik reis af naar Rijswijk zonder hoge verwachtingen.

Bij het inrijden zie ik het al. Veel jonge A renners, uit heel het land. Voorin rijden en zien hoelang ik het vol hou, dat is het plan.

Al voor de start gaat loopt het spaak, 10 minuten voor het startschot stellen de eerste renners al op, terwijl ik mijn beenstukken uittrek op het terras. Achteraan aansluiten.

Direct na het startschot zit het tempo er goed in. Ik verstop mij in het peloton. Vijf rijen dik met 40km/u door de bocht, dat is wennen. Na een kwartier heb ik dat door (niet remmen!) en gaat het koersen wat makkelijker.

Toch zak ik langzaam door het peloton. Aanklampen. Af en toe wat plaatsen naar voren. Er er weer doorzakken. En aanklampen.

Achter mij waaien er wat mannen af en ik word het laatste wiel van het peloton. Het lukt mij niet om verder naar voren te komen. Fietsen in de staart kost erg veel energie, na iedere bocht is het aanzetten om de aansluiting te houden. Dat kost veel kracht en als na 31 van de 35 rondes de renner voor mij het peloton laat lopen ben ik zo moe gestreden dat ik het gat daarvoor niet meer dicht krijg.

Ik ben pissig op mijzelf, lossen in de finale. Stommeling! Zelfs dat geeft me niet de extra adrenaline om de aansluiting te vinden. Dan gaat het snel. Voor ik het weet zie ik de kopgroep naderen en ook het peloton loopt snel op mij in.

Ik zie het nutteloze van doorrijden in en stap af. Mijn teller geeft een gemiddelde van 44km/u aan, 6 sneller dan de koers van vorige week. Het klasse verschil tussen A en B.  Ik baal verschrikkelijk dat ik de koers niet uitgereden heb, maar ben blij dat ik zo lang het tempo heb kunnen volgen.

Ondanks alles voelen mijn benen weer beter. In een komende koers moet ik dat kunnen verzilveren. Dat zal nog wel even duren. Morgen een toertocht in België, volgende week naar Spanje. Pas half april staat de volgende wedstrijd op het programma.