Waddinxveen

April 16th, 2012

De hele koers ben ik bedacht op een valpartij. Het is koud en nat, angstvallig hou ik mijn vingers aan de remmen. Na vijf ronden ontsnapt een kopgroep, maar ik zit te ver achterin het peloton om mee te kunnen. De meeste renners vinden het wel goed, het tempo gaat wat naar beneden.

Nu wordt het echt koud, zonder de inspanning is het snel afkoelen. Twee renners zetten de achtervolging in en ik rij naar voren, mee, alles om warm te rijden. Een halve ronde verder neem ik de kop, snij de bocht aan.

Het vallen gaat snel. Ben verwonderend hoe makkelijk ik meters schuivend over het asfalt ga. Het lijkt wel ijs. Maar ik ben geen schaatser, tot een seconde geleden was ik nog wielrenner. Een seconde geleden, toen ik nog op mijn fiets zat.

Ik kom tot stilstand tegen de stoeprand en zie een meter van mijn hoofd dunne racebandjes voorbij glijden. Ik krabbel op en zie twee EHBO’ers op mij afrennen.

Op mijn linker heup zit een witte vlek, zichtbaar onder de weggeschuurde broek. Kleine rode speldenkopjes wellen op. Ik duw mijn shifter recht en stap op. Richting de jurywagen, ronde vergoeding vragen, door rijden.

Rillend zit ik op de fiets, koud tot op het bot na een minuut niet fietsen. Dan komt ook de pijn van de schaafwonden. Snel maak ik een afweging en neem een besluit. Ik stap af. De eerste DNF van het jaar, in mijn eerste nationale amateur koers.

Achteraf is de conclusie makkelijk, de theorie is bekend. Je stuurt, versnelt of remt in de regen. Altijd een van de drie, nooit twee tegelijk. Op kop, met de koplopers nog net in zicht voerde ik het tempo op. In de bocht. Sturen en versnellen, dat was teveel voor de grip van mijn banden. Met een paar mooie schaafplekken tot gevolg.

NK Veldrijden

January 15th, 2012

Het crossseizoen 2011/2012 gaat niet zoals verwacht, staat in het teken van vermoeidheid. Steevast rij ik in regiocompetitie mee de achterhoede, nooit een top 10 plek. Regelmatig denk ik aan afstappen.

Waar het door komt? Misschien de harde valpartij op mijn rug bij het eerste rondje crossen, in het begin van het seizoen? Of is het relatief, staat er nu een groter en sterker deelnemersveld aan de start? Had ik in de B categorie moeten starten, kan ik me niet meer meten met de jonge garde in de A?

Nu het modderseizoen bijna ten einde is lijkt het of ik mijn vorm eindelijk weer terug vind. Honselersdijk, gladde modder waar ik normaal nooit goed mee kom, presteer ik relatief goed. Ik doe er veel zelfverzekerdheid op, dat had ik nodig. Een dag later, 1 januari rij ik in de Katercross zelfs naar de 14de plek. Eerlijk is eerlijk, van een uitgedund peloton met minder sterke namen.

Toch doet dat me besluiten mijn kansen te wagen op het Nederlands Kampioenschap. Huijbergen, in Brabant, is het toneel. Wat hoogteverschil en veel door het zanderige bos. Dat is wat anders dan de modder bij ons in het Westen.

De start is officieel, zoals het hoort. Op klassering worden we afgeroepen. Ik mag bijna achteraan starten. Al 100 meter na het startschot, nog op het asfalt, gaat het bijna fout. Renners voor mij zwalken over de weg, remmen. Bijna sta ik stil en verlies meteen de plekken die ik in de start heb gewonen.

De eerste modderstrook is een grote opstopping. In een flits besluit ik te gaan lopen. Dat pakt goed uit, als ik weer opspring ben ik zeker vijf plaatsen opgeschoven. Op naar het duin, dat iedereen op moet lopen.

Lopen, daar ben ik goed in. Waar bijna elke renner links afstapt doe ik dat rechts. Dat komt hier goed uit. Ik kan me aan de dranghekken vasthouden. Met extra grote stappen sprint ik omhoog. Weer vijf renners bijgehaald. De afdaling door het mulle zand gaat wat minder soepel.

Hier wordt echt gekoerst. Ronde na ronde wordt er doorgereden, nergens valt het stil. Tot ik een foutje maak in het zand en even te voet sta. Nog voor ik ben opgestapt vliegen de renners links en rechts om me heen. Weer begint de inhaalslag, die ik op het duin win. Nu durf ik meer in de afdaling en hou ik mijn voorsprong vast. Niet remmen is de grote kunst, dan kom je zonder te vallen beneden.

Af en toe is het stuivertje wisselen, maar geen idee om welke plek. Aan motivatie geen gebrek. De ambiance is geweldig, zelf als onbeduidende renner word ik aangemoedigd.

In de laatste ronde maak ik nog een fout en verlies mijn kleine voorsprong op de renners achter me. Nog een halve ronde haal ik alles uit de kast, maar ik kom er niet meer bij.

Totaal op kom ik aan de finish. Ik heb alles gegeven voor een 35ste plek. Maar ben niet gedubbeld, reed in dezelfde ronde als de winnaar. Een prestatie op zich, zeker in een sterk nationaal veld als dit NK.

 

2011

January 13th, 2012

16.000 km getraind en gekoerst, excl. Tacx
700 uur op de fiets, incl. Tacx
123 euro aan premies
8 sets buitenbanden
5 podiumplaatsen (clubkampieon Gaul! veldrijden, 1ste en 3de in trainingskoers, 2de Rotterdams Kampioenschap, 2de DK tijdrijden)
4 kettingen
3 stuurlintjes
1 sleutelbeenbreuk (met 1 plaatje en 7 schroeven)

In het begin van het seizoen was ik supersterk. Een winter lang crossen zorgde dat ik met kop en schouders uitstak boven de meeste deelnemers aan de Sportklasse wedstrijden. Maar een seizoen kan geen jaar duren, aan het eind van het voorjaar zakte de vorm in. De meeste renners kwamen in vorm, terwijl ik al gepiekt had.

Rust deed mij goed, in mei kwam ik weer langzaam op het nivo van de voorjaarskoersen. 2de plek op het District Kampioenschap tijdrijden, in mijn eerste tijdrit ooit. Steeds beter, tot ik in De Uithof mijn sleutelbeen brak.

Twee weken later zat ik al weer op de fiets, toch bepaalde die breuk de rest van mijn seizoen. De fitheid van het voorjaar zou ik niet meer halen. De grote cyclo’s verliepen niet als gepland, door een gebrek aan inhoud. De eerste, de Vaujany, ging nog goed met een top 100 klassering. Een wandeling in de week tussen Vaujany en Marmotte maakte definitief een einde aan mijn ambities. De Marmotte werd een lijdensweg waarin ik maar net binnen de 8 uur wist te finishen.

De vermoeidheid, daar opgelopen, bleef mij bij tot het einde van het wegseizoen. In de trainingskoersen kon ik nog wel leuk meespelen, maar bij de criteriums zakte ik door het ijs.

2012 gaat een ander jaar worden, daar zorg ik wel voor!

 

 

Duurtraining

December 11th, 2011

Dit weekend stond in het teken van duurtrainen. De narcose uit mijn lijf trappen. Goed gelukt, na de rit van zondag was ik eindelijk de lome vermoeidheid kwijt.

Bij het ontbreken van een cross, met de bijbehorende modderfoto’s, een foto van afgelopen week, gemaakt tijdens een late woonwerk rit. Ten noorden van Rotterdam, met de iPhone en niet bewerkt. Klik op de foto voor de volledige versie.

Clavicula reprise

December 8th, 2011

Daar lig ik dan. In een operatiehemd in een koude kamer. Wachtend op de operatie. In een prive kliniek.

Zes maanden na mijn clavicula fractuur breng ik een bezoek aan de chirurg. Onder de huid is het plaatje op mijn sleutelbeen prominent aanwezig. Heb last als ik iets op mijn schouder draag. Een rugzak gaat, maar een veldritfiets is een ander verhaal.

Het antwoord van de arts is kort, dan gaat het plaatje eruit. Deze operaties zijn niet urgent, de wachttijd is zes maanden. Er is een andere optie. Het ziekenhuis werkt wachtlijsten weg in een privekliniek.

Een dag later word ik al gebeld, of ik twee dagen later geopereerd wil worden. Dat gaat mij iets te snel, maar anderhalve week later ben ik aan de beurt.

Dit schrijf ik op de computer van de kliniek, in mijn eigen kamer, met douche, toilet en met uitzicht op het industrieterein. Echte luxe is het niet, maar beter dan het ziekenhuis waar het plaatje op mijn schouder werd geschroefd. Voel me bijna een profrenner met deze voorkeursbehandeling.

Op tijd word ik de operatiezaal ingereden. Narcose, even draait de wereld en ik ben weg.

Twintig minuten later wakker worden op de verkoever. Voel me goed, beter dan verwacht. Maar er zit een flinke rode vlek op de operatiepleister op mijn schouder. De vervangende pleister is na een paar minuten nog roder, mijn schouder zwelt op.

De verpleegkundige komt kijken, de arts werp een blik, terug naar de operatiekamer. Weer onder narcose. Ik lig op tafel, wil nog zeggen dat de narcose wat langer op zich laat wachten, maar dat is al te laat. Ik zak weg.

Nu ben ik minder helder wakker. Kijk op de klok, bijna 45 minuten weg geweest. Nog een controle en ik mag terug naar mijn kamer, nu wel met een witte pleister. De boterham met ham smaakt geweldig, de eerste maaltijd in 18 uur.

Ik wil ondertussen wel naar huis. Een snelle ontslagprocedure en de verpleegkundige begeleid ons naar de uitgang. Thuis slaap ik, met de resten van de narcose in mijn lijf, met gemak 9 uur vol, lang geleden.

30 gram metaal

 

 

 

Bleiswijk

December 7th, 2011

Het leek zo mooi, de eerste echte moddercross van het seizoen. Eindelijk modder, eindelijk een zware cross. Maar maandag kondigde mijn keel een verkoudheid aan, de rest van de week was brak. Niet de beste voorberiding op een koude en natte corss.

Het parcours is echt zwaar, diepe modder, dwars door een stuk gras, hoogteverschil. Direct na de start merk ik het al. Dit wordt het niet. Ik haal geen hoge hartslag, krijg niet genoeg adem en haal bij lange na niet de kracht die ik zou moeten halen.

Als ik dan in de eerste ronde ook nog onderuit ga weet ik het zeker, ik ga mijn eigen koers rijden. In de tweede ronde rij ik op de een-na-laatste plek.

Weer val ik. Zonder een grote fout te maken glijdt mijn voorwiel weg. De modder is zo glad dat ik ongecontroleerd nog twee meter doorschuif. Zonder te kunnen remmen. Beangstigend. Nu rij ik ook nog voorzichtig, de snelheid is er helemaal uit.

Even speel ik met het idee op te geven. Ik ben besmeurd met modder, voor de punten hoef ik het niet te doen en training is dit ook niet. Maar opgeven, zonder pech, dat staat niet meer in mijn woordenboek. Nog even doortrappen, nog een paar ronden.

Met nog twee renners achter mij finish ik. Met een onduidelijk gevoel. Een mooie, zware cross. Spelen in de modder, de essentie van veldrijden, heerlijk. Maar dan wel als ik mee kan rijden. Niet om achteraan te eindigen. Maar snel van die verkoudheid af komen.

Rijswijk

December 6th, 2011

Na twee jaar een moeilijke cross lag Rijswijk er dit jaar goed bij.  Twee jaar geleden een zware moddercross, vorig jaar bedekt met 30cm verse sneeuw. Nu een snelle ronde, veel gras, weing modder.

Hyperconcentreerd mis ik mij start volledig. Maar bij de eerste bocht haal ik al weer 6 man in. Niet remmen, niet bang zijn tegen iemand aan te rijden. Die eerste ronde haal ik genoeg renners bij om in de top tien te rijden. Ik voel me sterk, beter dan welke cross dit jaar.

Maar voorin gaat het hard. En met die snelheid wordt elk stuurfoutje genadeloos afgestraft. In de tweede ronde is het raak, ik glij onderuit. Spring op en trap in het niets. Weer van de fiets af, de ketting ligt eraf. Als die erop ligt ben ik door 5 man ingehaald.

Daarmee is de wedstrijd getekend. In de top 10 kom ik niet meer. Zeker als ik nog een keer de ketting araf vliegt.  Het wordt een mooie onderlinge strijd tussen Ahoy. Uiteindelijk weet ik als eerste van ons groepje te finishen, om een verdienstelijke 13de plek. Zonder pech was dit mijn eerste top 10 geweest.

Alphen aan de Rijn

November 22nd, 2011

“Dat wordt niets”, dacht ik na het verkennen van het parcours bij Avanti. Een zware klim en slingeren op een glad talud zorgen dat ik niet gerust aan de start sta.

Dan maar lekker trainen, een klein uurtje rijden in het veld, zonder druk te maken om de klassering. Dat maakt de start minder belangrijk en snel verlies wat plekken. Maar in de eerste bocht kies ik de goede lijn en wat mannen in. Ook het klauteren naar boven zorgt voor flink wat winst.

Zo veel dat ik bij de eerste doorkomst in de top 15 rij. Punten! Dat had ik vooraf niet gedacht. Toch maar koersen? Natuurlijk!

Er vallen wat renners uit, ik wordt ingehaald, haal zelf ook mannen bij en wat ronden later rij ik op de 12de plek. De renner achter mij op een comfortabele achterstand, de renner voor mij net te ver weg. De koers valt in z’n plooi, zo als zo vaak in een veldrit. De eindklassering is in de vierde ronde – van de tien - wel duidelijk.

Duidelijk, maar niet definitief. Twee rondes voor de finish komt de renner voor me weer dichterbij. Ik rij sneller. Achter mij zie ik de kopgroep  naderen. Nu raak ik pas echt gemotiveerd. De laatste 10 minuten rij ik de snelste ronden van de hele koers.

Ik blijf uit handen van de kopgroep, wordt niet gedubbeld. Een overwinning op zich. Maar de echt winst ligt voor me, de 11de plaats. Meter voor meter kom ik dichterbij. In het laatste rechte stuk schakel ik naar het zwaarste verzet – een schamele 38×12 – , haal alles wat ik nog heb uit mijn spieren.

En strand op een meter van de WTOS-renner. Toch voelt het lekker, de 12de plaats. De beste klassering in een regiocross dit jaar, niet gedubbeld en een mooie koers in de koers gereden.

Op een dag waarvan ik dacht dat het niets zou worden.

foto’s:
Alies Heida
Foto Koos

uitslag:
Mylaps
Veldrijden.com

Gouda

November 21st, 2011

Techniek, dat mis ik. Dat werd pijnlijk duidelijk in de veldrit in Gouda. Een prachtig parcours, misschien wel het mooiste tot nu toe in de regiocompetitie. Hoogteverschillen op de geluidswal, stukje singletrack door het bos, een zandbak en wat draaien en keren. Met bovenal prachtig zonnig weer.
 
Goed starten, in het begin van het seizoen mijn enige sterke kant in de crossen, lukt ondertussen niet meer. In de middenmoot rij ik naar de eerste beklimming. Daar, langs de trap, maak ik een tactische fout en wordt aan alle kanten voorbij gelopen.
 
Op het eerste rechte stuk, bovenaan de dijk, loop ik nog wat plekken in. Meer zit er vandaag niet in. Nog geen halve ronde gereden en de koers is voor mij gedaan. In de achterhoede rij ik mijn rondjes uit.
 
Aan de kracht ligt het niet. Waar de meeste renners om mij heen lopend de tweede helling op gaan kom ik simpel fietsend omhoog. Door het zand of klimmen, ik loop uit op  de mannen om mij heen. Om, zodra er bochten in het spel zijn, ze weer te zien naderen.
 
Veel gebeurt er niet in de rangschikking, op min of meer dezelfde plek kom ik ronde na ronde over de finish. De 20ste plek is na 50 minuten koers mijn deel. Een mooie veldrit, maar een erg tegenvallend resultaat.

Duidelijk mijn dag niet.

Waaier

November 8th, 2011

“Op het kantje rijden” is een bekende wielerterm. Vaak gebruikt in wedstrijden. Op een lange rechte weg met de wind van opzij worden waaiers gevormd. Met de wind van links gaat de voorste renner zo ver mogelijk naar links rijden. Daar schuin achter, iets meer naar rechts, rijdt de volgende renner. Zo krijg je een waaier van schuin achter elkaar rijdende renners. Tot de weg op is. Maar er zijn altijd meer renners dan asfalt. De rest van het peloton probeert zo goed als het kan beschutting te zoeken, achter elkaar, aan de kant van de weg. Op het kantje.

Renners op de kant

Maar ook solo kan je op de kant rijden, de vijf centimeter asfalt tussen de witte lijnen en de berm. Afgelopen week was ik niet goed in vorm. Iedere training liet ik mij wegwaaien, tot ik bijna in de berm reed. Op het kantje.

Maar de conditie groeit weer. En vooral met zijwind merk ik dat goed. Waar ik vorige week op de kant reed zoek ik nu de wind op. De andere kant van de weg, vol tegenwind, als of ik een waaier in gang moet trekken, alleen.

Ik voel me er sterk bij en psychologisch werkt het beter dan welke peptalk dan ook.
Van de kant af, in de eerste waaier rijden!

naschrift:
Donderdag reed ik een veldrit training. In het parcours vijf meter balanceren op een slootkant, zoals ik daar vaker rij. Nu schoof mijn wiel weg. En reed ik niet meer op de kant. Maar vol de sloot in. Kopje onder in stinkend zwarte slijk. De andere zijde van “op het kantje rijden”.