Het crossseizoen 2011/2012 gaat niet zoals verwacht, staat in het teken van vermoeidheid. Steevast rij ik in regiocompetitie mee de achterhoede, nooit een top 10 plek. Regelmatig denk ik aan afstappen.
Waar het door komt? Misschien de harde valpartij op mijn rug bij het eerste rondje crossen, in het begin van het seizoen? Of is het relatief, staat er nu een groter en sterker deelnemersveld aan de start? Had ik in de B categorie moeten starten, kan ik me niet meer meten met de jonge garde in de A?
Nu het modderseizoen bijna ten einde is lijkt het of ik mijn vorm eindelijk weer terug vind. Honselersdijk, gladde modder waar ik normaal nooit goed mee kom, presteer ik relatief goed. Ik doe er veel zelfverzekerdheid op, dat had ik nodig. Een dag later, 1 januari rij ik in de Katercross zelfs naar de 14de plek. Eerlijk is eerlijk, van een uitgedund peloton met minder sterke namen.
Toch doet dat me besluiten mijn kansen te wagen op het Nederlands Kampioenschap. Huijbergen, in Brabant, is het toneel. Wat hoogteverschil en veel door het zanderige bos. Dat is wat anders dan de modder bij ons in het Westen.
De start is officieel, zoals het hoort. Op klassering worden we afgeroepen. Ik mag bijna achteraan starten. Al 100 meter na het startschot, nog op het asfalt, gaat het bijna fout. Renners voor mij zwalken over de weg, remmen. Bijna sta ik stil en verlies meteen de plekken die ik in de start heb gewonen.
De eerste modderstrook is een grote opstopping. In een flits besluit ik te gaan lopen. Dat pakt goed uit, als ik weer opspring ben ik zeker vijf plaatsen opgeschoven. Op naar het duin, dat iedereen op moet lopen.
Lopen, daar ben ik goed in. Waar bijna elke renner links afstapt doe ik dat rechts. Dat komt hier goed uit. Ik kan me aan de dranghekken vasthouden. Met extra grote stappen sprint ik omhoog. Weer vijf renners bijgehaald. De afdaling door het mulle zand gaat wat minder soepel.
Hier wordt echt gekoerst. Ronde na ronde wordt er doorgereden, nergens valt het stil. Tot ik een foutje maak in het zand en even te voet sta. Nog voor ik ben opgestapt vliegen de renners links en rechts om me heen. Weer begint de inhaalslag, die ik op het duin win. Nu durf ik meer in de afdaling en hou ik mijn voorsprong vast. Niet remmen is de grote kunst, dan kom je zonder te vallen beneden.
Af en toe is het stuivertje wisselen, maar geen idee om welke plek. Aan motivatie geen gebrek. De ambiance is geweldig, zelf als onbeduidende renner word ik aangemoedigd.
In de laatste ronde maak ik nog een fout en verlies mijn kleine voorsprong op de renners achter me. Nog een halve ronde haal ik alles uit de kast, maar ik kom er niet meer bij.
Totaal op kom ik aan de finish. Ik heb alles gegeven voor een 35ste plek. Maar ben niet gedubbeld, reed in dezelfde ronde als de winnaar. Een prestatie op zich, zeker in een sterk nationaal veld als dit NK.





