Samen met 3 andere verenigingen startte ik zaterdag in het Gaul! clubkampioenschap cyclocross, in Amsterdam.
Na een aanval van het Norovirus de dagen voor de wedstrijd sta ik niet helemaal fit aan de start. Maar de laatste veldrit van het seizoen, die laat ik niet lopen. Een aardig opkomst, er staan 40 renners aan de start. Ik tel 8 Gaulisten. Uiteindelijk blijken het er 9 te zijn.
Vijf minuten voor de start wordt er opgesteld en schuiven de andere verenigingen naar voren, de zwart-gele brigade houdt zich wat op de achtergrond. Ik niet, iedere plek in de start is meegenomen.
De start is onverwacht en informeel. Geen startschot, geen fluitje. Twee minuten voor de afgesproken tijd klinkt plotseling “Heren, u kunt vertrekken”. Hier totaal niet op voorbereid mis ik de start. Dat kost me plekken.
Bij de eerste bocht neem ik de schade op. Ik zie geen Gaul! renners voor me. Ondanks mijn plek in de achterhoede rij ik op de eerste plek. Dat hou ik maar een halve ronde vol, dan wordt ik ingehaald door de secretaris van onze club, Albert Kraaij. Zijn techniek is beter en dat betaald uit op dit technische parcours.
De omloop lijkt wel wat op het WK, dat de dag daarna wordt gereden. Een aantal hard bevroren stukken met gladde bochten, maar ook zompige modder. Na twee weken niet veldrijden ben ik wat techniek kwijt en heb ik de eerste helft van de koers moeite goed te sturen. Pas in de laatste helft kies ik de juiste sporen en gaan de bochten beter.
Half koers word ik voor de eerste keer gedubbeld. Met gemak wordt ik voorbij gereden door een ZZPR renner. Met een geel rugnummer, het rugnummer van Gaul!. Ik rij op plaats drie in plaats van twee. Dat maakt de MTB’er direct achter mij tot een bedreiging voor het podium.
Ik probeer wat ruimte te winnen, neem teveel risico en gecombineerd met vermoeidheid rij ik me vast in de modder. De MTB’er komt me voorbij.
Plaats vier, daarvoor ben ik niet naar Amsterdam gekomen! De rondes erop wordt de afstand tussen ons langzaam kleiner. Niet te snel, ik wil adem overhouden voor een beslissende slotronde.
Half in een ronde hoor ik de bel gaan, de koploper begint aan de laatste ronde. Dan hebben wij er nog anderhalf te gaan. Tijd om door te rijden. Op de modderstrook mis ik het juiste spoor. Ik spring deze koers voor het eerst af en schouder mijn fiets. Dat gaat verassend goed. Een paar grote stappen en ik zit bijna in het wiel van de MTB’er.
Een paar honderd meter verder rijden we over de finish en tot grote verbazing zegt de jury in de microfoon: “Heren , bedankt, het zit erop”. Wat nou, het zit erop? We moeten nog een ronde, de ronde waarin ik mijn derde plaats in het kampioenschap veilig ga stellen. Ik zeg tegen mijn naaste belager dat ik zeker nog een ronde rij en fiets door. Hij springt ook weer op de fiets, maar het verschil is al te groot.
Ik rij de laatse ronde uit, als ik later de uitslag zie sta ik inderdaad op de derde plek. Het voelt wat als een gestolen overwinning. Toch weet ik dat ik in de laatste ronde het verschil dicht had kunnen rijden en deze plek echt van mij is.
De volledige uitslag:
1. Geert van der Horst
2. Albert Kraaij (op 1 ronde)
3. Ronald van Herp (op 1 ronde)
4. Ronnie Takens (op 2 ronde)
5. Martijn Peek (op 2 ronde)
6. Peter Lelijveld (op 2 ronde)
7. Danny Bekker (DNF)
8. Rene van Ravenzwaaij (DNF)
9. Mark Touwen (DNF)
foto’s: Jørgen van Bers
















