Archive for June, 2010

Gran Fondo Eddy Merckx

Sunday, June 20th, 2010

Met een onzeker gevoel reis ik vrijdag af richting Huy, voor de Gran Fondo Eddy Merckx. Vorige week in de Trois Ballons reed ik niet goed, later in de week begon ik mij wat beter te voelen. Het kan alle kanten op.

Mooi op tijd sta ik in het bevoorrechte startvak, bij de eerste 100 starters. Dat maakt het eerste deel van de koers wat minder hectisch. Nu helemaal, direct na de startboog gaat het rechtsaf de Long Thier op, een klim van 1400m aan 8%. Dat zorgt voor een goede selectie.

Het veld valt uit elkaar, ik weet me bij in de voorste groep te handhaven. De volgende klim, 11 kilometer verder, lukt dat ook nog. Dan volgt een verschrikkelijke afdaling. Glad van de regen, vol met gaten in het asfalt. Voor mij gaan twee renners onderuit en de motor die hen probeert te ontwijken glijdt ook weg. Het peloton breekt en we blijven met een groepje van een man of 20 over. Voor ons zie ik de rest van verbrokkelde peloton wegrijden.

De volgende hellingen heb ik wat moeite om een goed tempo te vinden, tot ik op de Cote de Chambralles echt moet lossen. Op de top kom ik twee renners tegen, waarvan een mij aanspoort mee te rijden om het groepje voor ons weer bij te halen. Een van de renners draait niet goed mee, maar ook met twee man rijden we het gat dicht.

De samenwerking in de groep is niet al te best, maar het rijdt beter dan alleen. Ik zie dat de mannen om mij heen het steeds moeilijker krijgen, terwijl ik mij met de minuut beter voel. Als we in de volgende bergzone aankomen en ik na op kop de klim heb genomen achterom kijk ben ik alleen over.

Even twijfel, zal ik wachten? Nee, ik voel mij nu zo sterk dat ik doorrij. 10 kilometer verder kom ik het volgende groepje tegen en het verhaal herhaalt zich. Ondertussen rij ik op het deel van het parcours waar ook de korte afstand rijdt. Dat geeft extra motivatie, het inhalen van al die renners.

Af en toe haakt er iemand bij mij aan, maar van kop over kop rijden komt het niet. Pas in de laatste kilometers sluit er een renner aan, maar dan is dat niet meer nodig. De Muur van Huy doemt al op, de laatste beklimming.

Vliegend op het idee van een goede uitslag rij ik de muur op. Haal links en rechts fietsers in en vind de klim wel meevallen. Haal nog een andere Gaul! renner in en zet bovenop nog aan voor een sprintje.

Volgens de Garmin de 5.45u gereden, 30,5km/u over 175km. Uitslag volgt later, maar heb in ieder geval goud* gehaald.

*) In cyclo’s wordt vaak, naast een algemeen klassement, ook een wat algemener overzicht gemaakt. Al naar gelang je eindtijd en leeftijd val je in de goud, zilver of brons categorie. Niet dat dit veel zegt: bij de 3 Ballons lag de grens voor goud in mijn leeftijdscategorie 3 uur na de winnende tijd, in de GFEM op iets meer dan een half uurtje.

Trois Ballons

Monday, June 14th, 2010

Zaterdag is de echte race, een cyclosportive van 205km, met 4300 hoogtemeters. Daar valt het criterium bij in het niets.

Bang voor hectische taferelen sta ik om 7 uur gespannen aan de start. Het 3000 renners grote peloton zet er na de start om 7.25u goed de vaart in. Ik weet goed vooraan te komen waar het met alle drukte erg meevalt.

Vrijdag heb ik al kennis gemaakt met de Ballon de Servance, de eerste klim. De steile stukken vielen toen erg zwaar. Nu klim ik makkelijker. Het meeste profijt van de verkenning heb ik in de afdaling, daar kan ik tientallen renners inhalen. Ik kom in een groepje terecht dat lekker doorrijdt naar de volgende beklimming.

In de volgende stijgende meters voel ik dat mijn benen toch niet zo goed zijn als gehoopt. Ik heb moeite het tempo te volgen. Op de volgende col moet ik lossen uit het groepje, zak naar de volgende groep en moet ook daar lossen. Borden aan de kant van de weg geven aan dat ik nog 2 kilometer moet. Nog even doorbijten.

Op de top schakel ik een zwaar verzet. Na een kilometer gaat het parcours naar rechts, een smalle, steile weg op. Ik geef gas, dat zal een klein stukje klimmen in de afdaling zijn.

Ik trap door, de weg blijft stijgen. Pijn in mijn benen. De berg wint, ik schakel terug. Mijn tempo daalt, wordt ingehaald. En de weg blijft omhoog lopen. Later zal ik zien dat dit de “Route des Americans” is, een echte beklimming, net zo lang als de klim naar de vorige col. Als de weg eindelijk uitvlakt ben Ik in een grote groep uitgekomen waarmee we naar de top van de Grand Ballon rijden.

Een chaotische bevoorrading en snelle afdaling later haal ik wat renners in, om onderaan de berg weer in dezelfde groep voor een rood stoplicht te staan.

De volgende bergen, de Hundsdruck en de Ballon de Alsace overleef ik, maar word overal ingehaald. Het beste is er nu echt vanaf. De doelstelling van 7.30u heb ik ondertussen bijgesteld. 8u zou mooi zijn.

Na de Ballon de Alsace komt een heuvelachtig stukje. Ik was gewaarschuwd, weet wat me te wachten sta en overleef dit pittige deel van het parcours goed. Dan begint het vals plat naar de voet van de laatste klim. Ook die heb ik verkend, 5 kilometer met 10% of meer.

Hoe ik bovenkom weet ik niet meer, maar ik heb nog nooit zo afgezien op een klim. Voor mijn gevoel mijn slechtste cyclo in jaren.

Twee dagen later staat de uitslag online, ik ben op plaats 397 geƫindigd, in 8 uur en 5 minuten. Eigenlijk helemaal niet zo slecht. En dat laat nog zat verbetering over voor volgende jaar!

Ronde des 2 heures

Monday, June 14th, 2010

Zeven uur in de auto zitten om je drie dagen kapot te fietsen, je moet er maar op komen.

Donderdag ochtend vroeg gaat de wekker, op naar Stephan, daarna Lennard oppikken en dan naar de Vogezen. Als we om een uur arriveren bij het onderkomen is het nog rustig, de meeste renners van onze Gaul! ploeg zijn nog onderweg.

Voor de strijdlustigen zijn rondom de cyclo van zaterdag nog twee wedstrijden. Een criterium op donderdag en zondag een korte rit in lijn met aankomst bergop. Lennard en ik rijden het criterium in Champagny.

Als we een uur voor de start van zes uur aankomen is bij de inschrijving stil. Kom rond kwart voor zes maar terug.

Om zes uur staat er een gemengd gezelschap aan de inschrijftafels. Wedstrijdrenners maar ook een verdwaalde toerfietser. Na een chaotische inschrijving staan we om half 7 aan de start, met 25 man.

Het startsignaal wordt gegeven en ons kleine peloton trekt op gang. We hebben de ronde niet kunnen verkennen, ik rij naar de kop om niet verast te worden door wat de weg gaat brengen.

Ergens had ik opgevangen dat dit een vlakke koers zou zijn. Maar na twee kilometer stijgt de weg en wordt het een echte klim. Niet al te lang, niet al te hoog, maar pijnlijk genoeg. Langzaam zak ik door het peloton dat al goed uitgedund is.

Op de top is er een kopgroep van 6 man over, ik rij samen met een Belg op 20 meter acherstand. Mijn plan om dit dicht te rijden in de afdaling lukt niet. Twee rondes lopen we achter de feiten aan terwijl de kopgroep meter voor meter verder wegrijdt.

Als na ronde twee de koplopers niet meer in zicht zijn laten we het tempo wat zakken. Er sluit nog een renner aan, gedrieƫn rijden we de komende rondes uit.

De tweede groep, in een criterium op een parcours dat mij niet ligt: ik ben tevreden.

Maar niet voor lang. In de afdaling krijg ik een lekke voorband. Met moeite hou ik mij overeind. Als ik stil sta zie ik dat ik ook een lekke achterband heb.

2km lopen naar de finish en 500m terug lopen naar de auto voor twee nieuwe wielen zit ik weer op de fiets. Een ronde later word ik ingehaald door de kopgroep. Ik voorzie Lennard van wat te eten en kan dan tot mijn verbazing makkelijk aansluiten, zelfs in de klim.

De koplopers sparen hun krachten, bijna iedereen verwacht dat dit de een na laatste ronde is. De volgende klim zal het losbarsten.

Vlak voor de finish sprint er een Fransman weg, komt over de streep, de wagen van de koersdirecteur parkeert aan de kant van de weg.

Dit was de laatste ronde…. De “Ronde de la 2 heures” duurt helemaal geen 2 uur, maar 12 rondes. En zelfs daar is niet iedereen het over eens, de meesten denken dat er maar 11 zijn gereden.

Lennard finisht als zesde, ik kom niet in de uitslag voor. Lekker de benen kunnen strekken na een lange autorit, het was het waard.

Statenkwartier

Sunday, June 6th, 2010

Vrijdagavond, 19.45u, Ronde van het Statenkwartier. Een thuiswedstrijd in Den Haag. Bij het ophalen van mijn startnummer kom ik al wat bekenden tegen, mijn fietsenmaker en twee Gaul! rijders die ik al in eerdere koersen heb gezien.

Dit is een gecombineerde wedstrijd, A en B amateurs starten samen. Dat beloofd een harde koers te worden. Er gaan verhalen dat het erg snel zal gaan gaan vandaag. De schrik zit er dan ook in bij de B’s die ik spreek. Ook ik ben gespannen, meer dan de andere wedstrijden van afgelopen weken.

Zodra ik aan de startlijn sta is de spanning weg. Als de 112 renners in beweging komen vertrek ik met het doel om uit te rijden.

Het tempo zit er goed in. Snelle, ruime bochten, de rest van de koers zal de snelheid niet onder de 40km/u komen. Ik hang wat achteraan, rij af en toe tot de helft de groep in, maar zak net zo snel weer terug.

Achterin het peloton rijden kamikazepiloten rond. Regelmatig schiet een renner net voor de bocht binnendoor, om vol remmend in te moeten voegen. Als reactie knijp ik in mijn remmen als zo’n coureur voor mij opduikt. Dat kan de renner achter mij niet waarderen. Een scheldpartij is mijn deel. Stukken beter als de flinke valpartij uit het begin van de koers.

Het rondebord probeer ik niet te zien. 45 rondes, dat zijn er veel. Dat lukt aardig, tot 10 rondes voor het einde. Lennard heeft zich af laten zakken en vraagt of ik een reservewiel voor hem heb. Ik heb niets aan de kant staan. Even flitst de gedachte door mijn hoofd om mijn wiel af te staan. Maar ik zit nog in de koers en ga mijn doelstelling halen: uitrijden.

Maar is dat wel echt zo? Bij de volgende passage kijk ik voor het eerst op het rondebord. Nog tien te gaan. Accuut schiet de vermoeidheid in mijn lijf.

Doorrijden, als ik nu afstap had ik Lennard mijn wiel kunnen geven. Ik probeer nog wat naar voren te komen, maar het peloton is losgeslagen door de hoge premies. Mijn teller komt niet meer onder de 50 uit.

Nu niet teveel fouten maken door de vermoeidheid. Iedere verkeerde lijn of teveel afremmen kost extra kracht op weer op gang te komen. Drie rondes verder ben ik door de vermoeidheid heen en rij ik weer mee. De laatste rondes gaan snel en hectisch. Aanhaken en overleven in de achterhoede.

Ik rij de koers uit. Weer geen uitslag gereden maar wel doelstelling gehaald. 50km met 44,5km/u gemiddeld, mijn snelste wedstrijd ooit. Alweer tevreden.

Volhouden

Saturday, June 5th, 2010

Woensdag Ronde van Bergpolder, er wordt al vroeg gestart, 18.00u. Direct vanuit werk cross ik door de stad naar het parcours, onderweg nog twee zoekende renners oppikkend. We rijden het parcours op en we zien meteen op de ronde loopt: op en neer over de Bergselaan, met twee keer een 180 graden bocht.

Zulke scherpe bochten geven voor mij het voordeel dat iedereen in de remmen moet. Dan hoef ik mij over de snelheid geen zorgen te maken, alleen over het volgen van de juiste lijn. Het eerste deel van de koers gaat dat wat houterig maar na een tijdje kom ik er in.

Ik bungel achteraan het peloton, maar kan makkelijk meekomen. Zo makkelijk dat ik erg goed de aanmoedigingen vanaf de kant kan horen. Ook die van Stephan, die na half koers komt aanrijden. In de bocht schreeuwt hij “Volhouden Ronald!”. Een betere aanmoediging had hij niet kunnen roepen.

In een koers ben ik aan het overleven en lijkt het of mijn lichaam te druk bezig is met vitale functies om nog aandacht aan mijn denkvermogen te geven. Relativeren zit er al helemaal niet in.

De aanmoediging van Stephan komt dan ook goed aan. Wat nou volhouden? Ik rij hier met gemak achterin rond. Het is helemaal geen kwestie van volhouden! Als door een wesp gestoken begin ik door het peloton naar voren te rijden. Volhouden? Ik zal hem laten zien dat ik op kop kan rijden.

Door een peloton naar voren rijden is een kunst op zich, een kunst die ik net als alle andere kunstjes van het koersen nog niet helemaal onder de knie heb. Het duurt dan ook een paar rondes, maar uiteindelijk kom ik op de kop van het peloton. Voor mij zie ik twee mannen rijden.

Dichtrijden van het gat zal erg veel energie kosten en heeft weinig nut, waarschijnlijk neem ik het hele peloton mee in mijn wiel. Toch zet ik aan, ik wil laten zien dat ik kan rijden. Tot ik in de volgende bocht kan zien wie er voorop rijden. Een daarvan is Paul, van onze fietsclub.

Ik hou mijn benen stil, achter een fietsmaat ga je niet aanrijden. Paul maakt hier gebruik van en eindigt op een erg nette vierde plaats. Ik hoop op rij tien weer in het peloton aan te kunnen sluiten, maar raak opgesloten in het gedrang voor de bochten en zak verder terug dan mij lief is. In een halve ronde van de kop naar de staart. Maar ik heb laten zien dat ik kan fietsen!

Op de finishlijn sprint ik nog mee, maar kom niet in de uitslag (de eerste twintig) terecht. Toch ben ik blij met deze koers, uitgereden en nergens bang hoeven te zijn om gelost te worden. Ik ga het nog wel leren, koersen rijden.