Volhouden

Woensdag Ronde van Bergpolder, er wordt al vroeg gestart, 18.00u. Direct vanuit werk cross ik door de stad naar het parcours, onderweg nog twee zoekende renners oppikkend. We rijden het parcours op en we zien meteen op de ronde loopt: op en neer over de Bergselaan, met twee keer een 180 graden bocht.

Zulke scherpe bochten geven voor mij het voordeel dat iedereen in de remmen moet. Dan hoef ik mij over de snelheid geen zorgen te maken, alleen over het volgen van de juiste lijn. Het eerste deel van de koers gaat dat wat houterig maar na een tijdje kom ik er in.

Ik bungel achteraan het peloton, maar kan makkelijk meekomen. Zo makkelijk dat ik erg goed de aanmoedigingen vanaf de kant kan horen. Ook die van Stephan, die na half koers komt aanrijden. In de bocht schreeuwt hij “Volhouden Ronald!”. Een betere aanmoediging had hij niet kunnen roepen.

In een koers ben ik aan het overleven en lijkt het of mijn lichaam te druk bezig is met vitale functies om nog aandacht aan mijn denkvermogen te geven. Relativeren zit er al helemaal niet in.

De aanmoediging van Stephan komt dan ook goed aan. Wat nou volhouden? Ik rij hier met gemak achterin rond. Het is helemaal geen kwestie van volhouden! Als door een wesp gestoken begin ik door het peloton naar voren te rijden. Volhouden? Ik zal hem laten zien dat ik op kop kan rijden.

Door een peloton naar voren rijden is een kunst op zich, een kunst die ik net als alle andere kunstjes van het koersen nog niet helemaal onder de knie heb. Het duurt dan ook een paar rondes, maar uiteindelijk kom ik op de kop van het peloton. Voor mij zie ik twee mannen rijden.

Dichtrijden van het gat zal erg veel energie kosten en heeft weinig nut, waarschijnlijk neem ik het hele peloton mee in mijn wiel. Toch zet ik aan, ik wil laten zien dat ik kan rijden. Tot ik in de volgende bocht kan zien wie er voorop rijden. Een daarvan is Paul, van onze fietsclub.

Ik hou mijn benen stil, achter een fietsmaat ga je niet aanrijden. Paul maakt hier gebruik van en eindigt op een erg nette vierde plaats. Ik hoop op rij tien weer in het peloton aan te kunnen sluiten, maar raak opgesloten in het gedrang voor de bochten en zak verder terug dan mij lief is. In een halve ronde van de kop naar de staart. Maar ik heb laten zien dat ik kan fietsen!

Op de finishlijn sprint ik nog mee, maar kom niet in de uitslag (de eerste twintig) terecht. Toch ben ik blij met deze koers, uitgereden en nergens bang hoeven te zijn om gelost te worden. Ik ga het nog wel leren, koersen rijden.

Leave a Reply

Comment Spam Protection by WP-SpamFree